Wauw! Je moet het maar doen, als mid-twintiger een boek als ‘De geschiedenis van de vooruitgang‘ schrijven. Bregman is dan ook niet zo maar een optimist à la Hans Rosling die met veel statistiek wil aantonen dat het toch niet zo slecht met onze wereld is gesteld of á la Steven Pinker die een beetje in zuiver rationalistisch vooruitgangsdenken en ongebreideld geloof in de wetenschappen is blijven steken. Neen, Bregman is veel meer dan dat, noemt zichzelf wel eens een utopist, een possibilist, een neorealist… Ikzelf zou hem vooral een integralist noemen, integraal in de betekenis van – zonder ook maar iets van onze menselijke geschiedenis te vergeten of te verloochenen – net die stap verder zettende voorbij het louter mentaal, rationele.
Bregman lezen geeft me hoop: we weten, op wijsheid staat geen leeftijd, maar een jong iemand als Rutger Bregman die in staat is zulk een visie te ontwikkelen, kan m.i. enkel doordat ook hij is ingebed in een veel ruimere beweging van – weliswaar wat miskend – vooruitgangsstreven. Hij is zelf de verbeelding van net wat hij in zijn pleidooi tracht aan te tonen denk ik er dan bij.
De taal die Bregman in de De geschiedenis van de vooruitgang gebruikt is die van een twintiger, nooit hoogdravend, nooit bombastisch, geen gezwollen filosofisch gewauwel. Een ideale opstap naar geëngageerde filosofie voor niet alleen maar jongeren!
Categorie: literatuurlijst
Gebser, Jean
Zonder meer mijn nummer 1 van de reuzen waar we het privilege hebben om op de schouders te mogen toeven. The ever-present origin (ik las de Engelse vertaling van Jean Gebser’s magnum opus met originele titel Ursprung und Gegenwart) dateert ondertussen reeds van begin jaren 50 van vorige eeuw maar is het ultieme werk waar al het voorgaande, al het momentane en al het toekomstige zijn plek krijgt. Dit niet enkel met betrekking tot de filosofische stellingnames die we de revue reeds zagen passeren sinds onze aanwezigheid hier als mens, maar in uitbreiding tot de ganse werkelijkheid. Een boek dat dus niet enkel de geschiedenis maar ook de toekomst omvat van de filosofie van het bewustzijn.
Niet laten ontmoedigen door de omvang! Weliswaar een kanjer van meer dan 600 pagina’. Eigenlijk 2 boeken in één: Foundations of the Aperspectival World dat het raamwerk van Gebser’s denken aangeeft, en Manifestations of the Aperspectival World dat voorbeelden uit diverse displines als kunst, wetenschap, etc aanreikt. Reken zeker enkele weken/maanden om het boek tot je te nemen. Maar wat loont de inspanning, wat een rijkdom aan ideeën, elke pagina, elke alinea een diepgravend essay op zich.
Ik waag me hier dan ook niet aan ook maar een poging tot het geven van een korte inhoud, dit zou enkel afbreuk doen aan het onovertrefbare van het boek. Daarom slechts 1 advies: lezen!!!
Piketty, Thomas
Ik heb me – en ik denk dat ik niet de enige ben – met het nodige doorzettingsvermogen door zijn dikwijls met veel statistieken en cijfers gelardeerd werk ‘Capital in the Twenty-First Century‘ moeten worstelen… maar deed dit wel in het volle besef dat ik één van de belangrijkste (economische) werken van dit era aan ’t lezen was. Voor mijzelf een werk dat me meer aansprak en belangrijker overkomt (althans economisch) dan dat andere grote werk over het zelfde onderwerp: ‘Das Kapital‘ (Karl Marx), dit natuurlijk ook doordat we nu in een ander tijdsgewricht leven (betreffende de filosofische betekenis lijkt me Das Kapital natuurlijk wel voornamer).
Ook hier weer een voorbeeld van utopisch, strevend denken en dit vanuit een optimistische ingesteldheid met een geloof in een positieve finaliteit: tegen de gangbare neoliberale tendens in gelooft Piketty in de mogelijkheden van een – mits de nodige bijsturing – regulerend kapitalisme (o.a. een progressieve supra-internationale belasting op vermogen) om de desastreuze gevolgen van de 1ste wet van het kapitalisme te counteren (herinner r > g: het rendement op kapitaal is steeds groter dan de eventueel ten gevolge van economische groei vermeerderde inkomsten uit arbeid waardoor de toenemende concentratie van kapitaal een steeds kleiner wordende groep verrijkt).
Misschien niet echt het schoolvoorbeeld van utopisch denken (want er wordt hier getracht een bestaand systeem van binnenuit aan te passen, de noodzakelijke aliënatie om een utopie te dromen is dus veraf), maar er worden wel noodzakelijke aanpassingen vernoemd die op zichzelf toch wel een redelijk utopisch karakter hebben…
More, Thomas
‘Utopia‘, ondertussen reeds meer dan 500 jaar geleden geschreven! En als Antwerpenaar zijnde, toch wel wat fier dat de begin passage uit het boek – de reiziger die hem over het merkwaardige Utopia vertelt – zich afspeelt in de schaduw van onze prachtige Onze-Lieve-Vrouwekathedraal…
Of het nu vandaag is (oa. anti-globalistische beweging) of 500 jaar geleden (Thomas More) of nog veel langer (Plato’s Politeia), dromen van een andere en vooral betere wereld is van alle tijden. Uiteindelijk toch ook weer een teken dat de mens – in uitbreiding de werkelijkheid – onderhevig is aan een ingebouwd ‘streven’ en een ingebouwde reflex heeft tot ‘verbetering’. Dat de pogingen tot verwezenlijkingen van utopieën uiteindelijk dikwijls uitmonden in dystopieën (zie ook de literaire varianten hiervan van Orwell, ‘1984‘ en Huxley, ‘Brave new World’) en de gekende historische failures, doet hier nauwelijks ter zake. Essentieel blijft het dromende denken in termen van het plaatsloze (utopie) of moeten we zeggen de betere plaats (eu-topie) en het tijdsloze (uchronie) of ook hier de droom naar een betere tijd (eu-chronie): het oorsprongsdenken aan de basis van elk integraal bewustzijnsvervollediging (u -of ook hier misschien beter eu-consiousness).
Capra, Fritjof
‘The Tao of Physics’ heb ik lang geleden kapot gelezen. Weliswaar ‘not done’ voor elke zichzelf respecterende analytische wetenschapper, maar oh zo grenzen verleggend en synthetiserend. Soms denk ik wel eens dat het als student natuurkunde aan te raden is eerst dit soort werken te lezen (en o.a. ook Gary Zukav’s ‘The Dancing Wu Li Masters’) omwille van de treffende verwoordingen van de eerder abstracte fysische begrippen in begrijpelijke taal om zich vervolgens in het ‘echte’ fysisch, mathematische te laten onderdompelen. Komt enkel maar ten goede aan een vorm van begrip die anders dikwijls wat achterwege zou blijven en van waaruit vervolgens dan weer grotere stappen vooruit in het abstracte kunnen gemaakt worden. De link naar de oosterse filosofieën in dit type boeken was natuurlijk wat in de tijdsgeest van de jaren ’70, maar – wat mijzelf betreft – er is niets mis mee om verbanden te zien en dit soort associaties te leggen: hoe breder het perspectief, hoe vruchtbaarder ook het particuliere.
Lyotard, Jean-Francois
Als kind opgroeiend in de ‘modernistische’ jaren ’60 en ‘70’ met hun kenmerkend optimistisch vooruitgangsdenken en ‘the sky is the limit’ attitude (herinner, in het jaar 2000 gingen we ons allemaal met vliegende auto’s verplaatsen…), wat ben ik er toen toch ook zó in meegegaan. Maar de wereld verbrokkelde stilaan (t.t.z. al van lang ervoor maar voor mijn generatie het duidelijkst merkbaar vanaf de jaren ’80), werd zo veel complexer dat de eventuele samenhang niet meer te vatten was door het individu en greep enkel nog bekomen kon worden via het proces van deconstructie (Derrida): de toestand van postmodernisme zo beknopt maar treffend beschreven in ‘Het postmoderne weten’ van Lyotard. Wat was dit hèt middel om al wie was blijven steken in dat jaren ‘70 optimisme met een lichte cynische hoon op zijn plaats te wijzen…
Bohm, David
De ideeën en boeken van David Bohm hebben me steeds sterk aangetrokken. Ik moet ze dringend eens herlezen want voor o.a. ‘Science, Order & Creativity’ is dit ondertussen reeds enkele decennia geleden. Opnieuw een fysicus (er staan er nog wel wat in dit bronnen lijstje) die vanuit zijn theoretische achtergrond de brug slaat naar waar de meeste wetenschappers geen brug wensen te maken en waardoor deze auteurs door meer orthodoxe wetenschappers wat scheef bekeken worden. Dikwijls net de reden om hen beter te volgen, ook natuurlijk omdat zulke personen meestal meer te vertellen hebben dan hun – mijn excuses voor de platitude – eerder rechtoe-rectaan vakidiote collega’s. Vooral Bohms ’Wholeness and the Implicate Order’ staat op mijn (her)leeslijstje.
Gros, Frédéric
Op dezelfde wijze wat de Monografieën van George Steiner voor me betekende, is er het leuke boekje van Frédéric Gros: ‘Wandelen, een filosofische gids’. Het is een boekje ook over ‘over’, in dit geval over grote filosofen uit de geschiedenis (Nietzsche, Rimbaud, Rousseau, Kant, …) voor wie ‘wandelen’ veel meer betekende dan zich van punt A naar punt B te begeven. Zelf ben ik ook wandelaar. Ik ga niet zover als de uitspraak van Nietzsche die beweerde dat elke gedachte niet ontstaan tijdens het wandelen geen recht op bestaan heeft, toch heeft ook voor mezelf de acte van het ‘wandelen’ op zich een betekenis voorbij het louter ’zich verplaatsen’. Een glimp van begrip hiervan, vond ik in dit zeer aangenaam te lezen boekje van Gros.
Andere te smaden wandelfilosofie lectuur vond ik bij Robert Macfarlane, onder andere in zijn ‘The Old Ways: A Journey on Foot’.
Steiner, George
Er zijn wel wat Steiners onder de schrijvers…
Niet allemaal kunnen ze me echter evenveel bekoren. Rudolf Steiner bijvoorbeeld (‘Filosofie van de vrijheid’ en nog 37 duizend andere publicaties over alle mogelijke onderwerpen), heeft me nooit geraakt, misschien dat ik hem nooit echt voldoende begreep, misschien dat Steiners antroposofie me allemaal wat te esoterisch overkomt, esoterie dat sowieso een pejoratieve bijklank heeft voor me.
Geef mij dan maar die andere Steiner, George Steiner. Via hem leerde ik dat het soms zinvoller is ‘over’ iets te lezen dan het ding zelf te lezen. Het is dikwijls in de gedachten en beschouwingen van anderen over de geschriften van de oorspronkelijke auteur, dat je de meeste informatie vind. Op zijn minst is het versterkend, en is er een wisselwerking die wordt opgeroepen waardoor het oorspronkelijke uiteindelijk een diepere betekenis krijgt. In zijn ‘Monografieën’ schrijft George Steiner op deze wijze over Heidegger. Eerst de Monografieën lezen, dan het echte werk van Heidegger proberen te vatten, en dan nog eens de Monografieën.
Campbell, Joseph
Het boek ‘The Power of Myth’, in het Nederlands ‘Mythen & Bewustzijn’, opgevat en neergeschreven als een gesprek tussen mytholoog Campbell en journalist Bill Moyers (niet voor niets wordt hier de Socratische ‘dialoog’ methode gebruikt om tot inzicht te komen). 25 jaar geleden één van de eye-openers voor mezelf. Over de betekenis, het belang, het verbindende van niet zomaar gewoonweg verhalen verteld over culturen heen. Ik heb het toen enkele keren gelezen, iets wat ik normaal nooit doe.