Marianne Williamson

Het gedicht “Our deepest fear” van Marianne Williamson is eigenlijk het enige dat ik van haar ken. De rest van haar werk ken ik niet – en wil er dan ook geen uitspraken over doen – maar dit ene gedicht op zich volstaat om haar tot de reuzen toe te laten. Het gedicht geeft op meesterlijke wijze uitdrukking aan ieders intrinsieke angst het hoofd boven het maaiveld te steken en om zo toch maar niet geconfronteerd te worden met eventuele kritiek. We houden hierdoor niet enkel onszelf klein, maar ook de anderen en  eigenlijk de wereld op zijn geheel. Maar zoals op het wapenschild van Gruuthuse reeds lang te lezen staat: “Plus est en vous!”
In de oorspronkelijke tekst staan er twee verwijzingen naar ‘God’, een beetje op z’n amerikaans, en dus wat afbreuk aan de mooie tekst. Onlangs vond ik een licht aangepaste versie, deze geef ik dan ook hieronder weer:

Our deepest fear is not that we are inadequate. Our deepest fear is that we are powerful beyond measure. It is our light, not our darkness that most frightens us.
We ask ourselves, who am I to be brilliant, gorgeous, talented and fabulous? Actually, who are you not to be? Your playing small does not serve the world. There’s nothing enlightened about shrinking so that other people won’t feel insecure around you. We are all meant to shine, as children do.
It’s not just in some of us; it’s in everyone. And as we let our own light shine, we unconsciously give other people permission to do the same. As we are liberated from our own fear, our presence automatically liberates others.

Our Deepest Fear
by Marianne Williamson

 

mijn reuzen

Ik denk dat het Isaac Newton was die ooit zei dat je maar ver kan kijken als je het geluk hebt je gedragen te weten op de schouders van reuzen die je voorgingen.
Iedereen is dan ook schatplichtig aan anderen: zij die je de weg probeerden te wijzen en het pad voor je effenden, bakens hebben verzet, nieuwe perspectieven boden en jezelf al dan niet een plaats toezegden op die hoge, uitzichtgevende positie van hun schouders…
Een mens vergaart zijn voorbeelden, de ene al belangrijker dan de andere, van sommigen één enkel idee, van anderen een gans oeuvre als leidraad of springplank.
Hieronder probeer ik kort enkele voor mij belangrijke auteurs op te sommen samen met de boeken die er voor mij toe doen. Een lijst steeds in beweging (en waardoor ik dan ook geen moeite doe ze alfabetisch te houden). Volgorde is dan ook volledig arbitrair en houdt op zich geen waardering in, zelfs geen chronologie.

Du Sautoy, Marcus
Marcus Du Sautoy is hoogleraar wiskunde aan de universiteit van Oxford, opvolger van Richard Dawkins in de Oxford leerstoel ‘Professor of Public Understanding of Science’. Maar wat een verschil met deze laatste (ik aanzie Dawkins weliswaar als een briljant wetenschapper, maar als een wat filosofische nitwit).
In ‘Wat we niet kunnen weten’ onderzoekt Du Sautoy de grenzen, de ‘randen’ van onze kennis: van kwantummechanica tot kosmologie, beschouwingen over tijd en bewustzijn, over filosofie en psychologie tot wiskunde…
Je wel even door de eerste 100 pagina’s worstelen (ik had meermaals de neiging het boek aan de kant te leggen) maar volhouden! Indrukwekkend en zo inspirerend alles wat erna de wat gemiste start komt.

Lachman, Gary
Grappig, Lachman was tot eind jaren ’70 de basgitarist van de groep Blondie.
Met ‘A Secret History of Consciousness’ heeft hij een indrukwekkend en inspirerend boek geschreven over de geschiedenis van het bewustzijn, een onderwerp dat me toch wel wat na aan het hart ligt: het idee van evoluerend bewustzijn passeert dan ook meermaals in mijn eigen teksten.
Ik ben steeds wel wat bang dat we al snel de occulte, esoterische toer op gaan met werken als dit… Maar dit boek is zó objectief, zó erudiet: één van de toppers voor mezelf.

Sloterdijk, Peter
Sloterdijk is voor mij dé filosoof van onze era. Net zoals we nu met ontzag over Immanuel Kant spreken (Kritik der reinen Vernunft, 1781), zal men – althans m.i. – binnen 200 jaar op de zelfde wijze over Peter Sloterdijk spreken. En net zoals we ook vandaag met enige schroom maar met eerbied over Nietzsche spreken, zullen we binnen pakweg 100 jaar over deze nieuwe filosoof met de hamer spreken. Sloterdijk schreef zijn belangrijke werk in navolging van Kant (Kritik der zynischen Vernunft, 1983) dan ook net 200 jaar nadat Kant het refererende werk publiceerde.
Sloterdijk lezen is een opgave, enkel mogelijk met volle aandacht, soms wel eens wat moeilijk. Maar wat een rijkdom aan ideeën, en w-a-t  e-e-n  r-ij-k-e  t-a-a-l, dit zelfs in Nederlandse vertaling.
Werken die ik van hem heb gelezen – stuk voor stuk indrukwekkend – zijn in volgorde ik ze heb gelezen ‘Eurotaoïsme’, het reeds vermelde ‘Kritiek van de cynische rede’, ‘Mediatijd’, ‘Het kristalpaleis’, de ‘Sferen’ trilogie, ‘De verschrikkelijke kinderen van de nieuwe tijd’, en het voor mezelf misschien wel meest aansprekende ‘Je moet je leven veranderen’. Terzijde, zijn roman ‘Het Schelling project’ vind ik maar niets, hier en daar weliswaar een briljante zinssnede, maar wat mij betreft in zijn geheel een Sloterdijk onwaardig, en dus neen, geen opstap naar het ‘moeilijkere’ werk van Sloterdijk.
Even vermelding maken van volgende interessante link naar een korte bespreking van de ‘Kritiek’ die ik onlangs vond: https://emilievandaele.files.wordpress.com/2008/03/peter-sloterdijks-kritiek-van-de-cynische-rede.doc met dank aan Emilie Van Daele.

Wittgenstein, Ludwig
Vele jaren terug ambitieus de uitdaging aangegaan en zijn ‘Tractatus logico-philosophicus’ ter hand genomen om het echter na een korte, maar vooral vruchteloze poging na lezing van de eerste pagina’s al snel – zoals waarschijnlijk zovelen anderen me al voor deden – weer weg te leggen…
Maar weer vele jaren later – beroepsmatig had ik ondertussen heel wat dimensionele modelleringen á la Ralph Kimball achter de rug – het opnieuw vastgenomen en wonder boven wonder – mits de nodige kennis basis logica die ik nog wel vanuit mijn opleiding beheerste – las het oh zo gedoemde werk plots als een trein. Het boek bleek niets anders dan een syllabus te zijn voor de informatica datawarehouse gewijze dimensionele modellerings techniek…
Om één en ander te duiden, zal ik over dit laatste nog wel eens een tekst (onder Beschouwingen) schrijven. Maar dit later.

Prigogine, Ilya
Orde uit chaos’, één van de boeken die me hebben gevormd (Prigogine schreef het boek samen met Isabelle Stengers). Wetenschappen (en ik bedoel hier bèta wetenschappen) krijgen voor mij pas hun zin als ze voorbij het puur mathematische en het door velen ermee geassocieerde deterministische, handelen. Orde uit chaos is een pleidooi voor dit opentrekken van de wetenschappen voorbij de grenzen waar de meesten het willen in opsluiten. Iets wat me dan ook steeds opviel, is dat je zelden de omgekeerde beweging ziet: bètawetenschappers kunnen wel tegelijkertijd filosoof of alfa- en gammawetenschapper zijn, maar het tegengestelde is uitzonderlijk. Exacte wetenschappers zijn m.i. dan ook – indien ze dit besef delen – completer in hun denken dan niet-exacte-wetenschappers…

Zajonc, Arthur
Arthur Zajonc is een voormalige professor natuurkunde. In zijn boek ‘Het licht zien’ behandelt hij het fenomeen ‘licht’ enerzijds wetenschappelijk (bv. zelden een duidelijkere uitleg over de regenboog gelezen), anderzijds maakt hij ermee de brug naar wat we ‘inzicht’ kunnen noemen. Veel wetenschapsfilosofie en geschiedenis dat steeds terug komt in dit soort boeken, maar toch de moeite om gelezen te worden. Telkens toch weer enkele nieuwe, voordien nog niet bewuste, ideeën die Zajonc opvoert.

Heidegger, Martin
Als twintiger dweepte ik een beetje met de Duitse filosofen vanaf begin 20ste eeuw. De 20ste eeuw is gekenmerkt door ideeën van vooral Duitse filosofen. Ik denk hierbij aan onder andere Heidegger, Wittgenstein, ook aan alle filosofen van de Frankfurter Schule als Adorno, Benjamin, etc… ook de latere Habermas, Sloterdijk, Safranski, … Ik heb het steeds wat raar gevonden dat er op het zelfde moment in de geschiedenis in de verste verte geen gelijkaardige intellectuele stroming in de Angelsaksische wereld te bespeuren was. Helemaal merkwaardig wordt het dan ook nog dat net deze zo intellectuele omgeving in staat was tot één van de grootste uitwassen van de menselijke geschiedenis. En ook Heidegger zou hier volgens de geschiedschrijving wel wat boter op zijn hoofd hebben… Kan enkel betekenen dat uitersten steeds gepaard voorkomen: geen extreme hoogtes zonder minstens even extreme laagtes.
Sein und Zeit heb ik bij gebrek aan voldoende kennis Duitse taal uit noodzaak in de Nederlandse vertaling gelezen. Ik hou wel van het spelen met woorden, de constructies die er worden opgezet en die voorbij de zuivere betekenis van een woord een sfeer proberen te schetsen om iets onuitspreekbaar toch te proberen te benoemen. Ik ben dan ook steeds geïntegreerd geweest door de kracht van taal, de mogelijkheden die ze biedt buiten zijn eigen beperkingen om, het buiten zijn kader kunnen treden gewoon door het inventief omgaan met connoterende betekenissen.

Hawking, Stephen
Ik vermeld Hawking doordat ik toch wel veel respect voor de man betoon. Doe het maar na, met alle beperkingen, uitgroeien tot één van de meest gewaardeerde wetenschappers van onze tijd met enkele baanbrekende theorieën achter je naam. Anderzijds moest ik jammer genoeg niet veel hebben van zijn meest gekende wetenschap populariserend boek ‘A Brief History of Time’. Na het gelezen te hebben eind jaren tachtig had ik er maar 1 woord voor: puberaal. Mijn excuses, misschien moet ik het na al die jaren eens opnieuw lezen. Het boek ‘The Nature of Space and Time’, een debat tussen Hawking en Roger Penrose, mocht dan weer wat meer populariserend zijn. Tja, zo is het natuurlijk nooit goed…

Randall, Lisa
Een briljante theoretische natuurkundige verbonden aan Princeton, Harvard, MIT, die ook enkele meer populariserende werken over de stand van zaken in de natuurkunde heeft geschreven. ‘Warped Passages: Unraveling the Mysteries of the Universe’s Hidden Dimension’ , in het Nederlands ‘De verborgen dimensies van ons heelal’ gaf een – weliswaar op dat moment – duidelijke status van waar de natuurkunde staat met betrekking tot deeltjes fysica, quantum-mechanica. Het boek is zonder meer fascinerend maar gaf me ondanks dit, na lezing, een eerder wrang gevoel… Alsof we opnieuw in een patstelling zijn beland, hedendaagse natuurkundigen die – net als in begin van de 20ste eeuw -nog wat in de marge morrelen om de gangbare theorieën sluitender te maken, allerlei nieuwe concepten bedenken die verder bouwen op het bestaande (ik denk aan de zogenaamde ‘bramen’), maar waar geen grote nieuwe totaal ideeën zullen uit ontspruiten. Een nieuwe ‘Einstein’ die het even allemaal terug op zijn kop zet maar een doorbraak forceert, laat naar mijn gevoel duidelijk nog even op zich wachten. De nood aan een nieuwe paradigma shift die alles opnieuw in een ander daglicht stelt, is m.i. groot.

Lauwaert, Dirk
Elk artikel, elke zin, elk woord dat Dirk Lauwaert schreef, opende een venster op een andere wereld. Wat heb ik genoten van zijn artikels in  de tijdschriften Knack en Kunst en Cultuur, ook zijn boek ‘Dromen van een expeditie’. Dirk Lauwaert was meer dan gewoonweg een begenadigd kunstcriticus, schrijver, journalist, docent. Enkele zinnen uit een artikel over film, mode, fotografie, schilderkunst of wat dan ook waren voldoende en gaven een inkijk in een wereld er-achter, het equivalente van een volledig boek. Wat een diepte, wat een veelheid aan inhoud oproepend. Chapeau. Een reus waar het op de schouder aangenaam toeven was.

Campbell, Joseph
Het boek ‘The Power of Myth’, in het Nederlands ‘Mythen & Bewustzijn’, opgevat en neergeschreven als een gesprek tussen mytholoog Campbell en journalist Bill Moyers (niet voor niets wordt hier de Socratische ‘dialoog’ methode gebruikt om tot inzicht te komen). 25 jaar geleden één van de eye-openers voor mezelf. Over de betekenis, het belang, het verbindende van niet zomaar gewoonweg verhalen verteld over culturen heen. Ik heb het toen enkele keren gelezen, iets wat ik normaal nooit doe.

Steiner, George
Er zijn wel wat Steiners onder de schrijvers…
Niet allemaal kunnen ze me echter evenveel bekoren. Rudolf Steiner bijvoorbeeld (‘Filosofie van de vrijheid’ en nog 37 duizend andere publicaties over alle mogelijke onderwerpen), heeft me nooit geraakt, misschien dat ik hem nooit echt voldoende begreep, misschien dat Steiners antroposofie me allemaal wat te esoterisch overkomt, esoterie dat sowieso een pejoratieve bijklank heeft voor me.
Geef mij dan maar die andere Steiner, George Steiner. Via hem leerde ik dat het soms zinvoller is ‘over’ iets te lezen dan het ding zelf te lezen. Het is dikwijls in de gedachten en beschouwingen van anderen over de geschriften van de oorspronkelijke auteur, dat je de meeste informatie vind. Op zijn minst is het versterkend, en is er een wisselwerking die wordt opgeroepen waardoor het oorspronkelijke uiteindelijk een diepere betekenis krijgt. In zijn ‘Monografieën’ schrijft George Steiner op deze wijze over Heidegger. Eerst de Monografieën lezen, dan het echte werk van Heidegger proberen te vatten, en dan nog eens de Monografieën.

Gros, Frédéric
Op dezelfde wijze wat de Monografieën van George Steiner voor me betekende, is er het leuke boekje van Frédéric Gros: ‘Wandelen, een filosofische gids’. Het is een boekje ook over ‘over’, in dit geval over grote filosofen uit de geschiedenis (Nietzsche, Rimbaud, Rousseau, Kant, …) voor wie ‘wandelen’ veel meer betekende dan zich van punt A naar punt B te begeven. Zelf ben ik ook wandelaar. Ik ga niet zover als de uitspraak van Nietzsche die beweerde dat elke gedachte niet ontstaan tijdens het wandelen geen recht op bestaan heeft, toch heeft ook voor mezelf de acte van het ‘wandelen’ op zich een betekenis voorbij het louter ’zich verplaatsen’. Een glimp van begrip hiervan, vond ik in dit zeer aangenaam te lezen boekje van Gros.
Andere te smaden wandelfilosofie lectuur vond ik bij Robert Macfarlane, onder andere in zijn ‘The Old Ways: A Journey on Foot’.

Bohm, David
De ideeën en boeken van David Bohm hebben me steeds sterk aangetrokken. Ik moet ze dringend eens herlezen want o.a. ‘Science, Order & Creativity’ is dit ondertussen reeds van enkele decennia geleden. Opnieuw een fysicus die vanuit zijn theoretische achtergrond de brug slaat naar waar de meeste wetenschappers geen brug wensen te maken en waardoor deze auteurs door meer orthodoxe wetenschappers wat scheef bekeken worden. Dikwijls net de reden om hen beter te volgen, ook natuurlijk omdat zulke personen meestal meer te vertellen hebben dan hun – mijn excuses voor de platitude – vakidiote collega’s. Vooral Bohms ’Wholeness and the Implicate Order’ staat op mijn (her)leeslijstje.

Lyotard, Jean-Francois
Als kind opgroeiend in de ‘modernistische’ jaren ’60 en ‘70’ met hun kenmerkend optimistisch vooruitgangsdenken en ‘the sky is the limit’ attitude (herinner, in het jaar 2000 gingen we ons allemaal met vliegende auto’s verplaatsen…), wat ben ik er toen toch ook zó in meegegaan. Maar de wereld verbrokkelde stilaan (t.t.z. al van lang ervoor maar voor mijn generatie het duidelijkst merkbaar vanaf de jaren ’80), werd zo veel complexer dat de eventuele samenhang niet meer te vatten was door het individu en greep enkel nog bekomen kon worden via het proces van deconstructie (Derrida): de toestand van postmodernisme zo beknopt maar treffend beschreven in ‘Het postmoderne weten’ van Lyotard. Wat was dit hèt middel om al wie was blijven steken in dat jaren ‘70 optimisme met een lichte cynische hoon op zijn plaats te wijzen…

Capra, Fritjof
The Tao of Physics’ heb ik lang geleden kapot gelezen. Weer ‘not done’ voor elke zichzelf respecterende analytische wetenschapper, maar oh zo grenzen verleggend en synthetiserend. Soms denk ik wel eens dat het als student natuurkunde aan te raden valt eerst dit soort werken te lezen (o.a. ook Gary Zukav’s ‘The Dancing Wu Li Masters’) omwille van de treffende verwoordingen van de eerder abstracte fysische begrippen in begrijpelijke taal om zich vervolgens in het ‘echte’ fysisch, mathematische te laten onderdompelen. Komt enkel maar ten goede aan een vorm van begrip die anders dikwijls wat achterwege zou blijven en van waaruit vervolgens dan weer grotere stappen vooruit in het abstracte kunnen gemaakt worden. De link naar de oosterse filosofieën in dit type boeken was natuurlijk wat de tijdsgeest maar – wat mijzelf betreft – niets mis mee om verbanden te zien en associaties te leggen: hoe breder het perspectief, hoe vruchtbaarder ook het particuliere.

More, Thomas
Zijn ‘Utopia‘, ondertussen reeds meer dan 500 jaar geleden geschreven! En als Antwerpenaar zijnde, toch wel wat fier dat de begin passage uit het boek – de reiziger die hem over het merkwaardige Utopia vertelt – zich afspeelt in de schaduw van de prachtige Onze-Lieve-Vrouwekathedraal…
Of het nu vandaag is (anti-globalistische beweging) of 500 jaar geleden (Thomas More) of nog veel langer (Plato’s Politeia), dromen van een andere en vooral betere wereld is van alle tijden. Uiteindelijk toch ook weer een teken dat de mens – in uitbreiding de werkelijkheid – onderhevig is aan een ingebouwd ‘streven’ en reflex tot ‘verbetering’. Dat pogingen tot verwezenlijkingen van utopieën uiteindelijk uitmonden in dystopieën (Orwell, ‘1984‘ en Huxley, ‘Brave new World’) en de gekende historische failures, doet hier nauwelijks ter zake. Essentieel blijft het denken in termen van het plaatsloze (utopie) en het tijdsloze (uchronie): het oorsprongsdenken aan de basis van elk bewustzijns vervollediging (u -of beter euconsiousness).

Piketty, Thomas
Ik heb me met het nodige doorzettingsvermogen door zijn dikwijls met veel statistieken en cijfers gelardeerd werk  ‘Capital in the Twenty-First Century‘ moeten worstelen… maar wel in het volle besef dat ik één van de belangrijkste (economische) werken van dit era was aan ’t lezen. Voor mijzelf – doordat ik natuurlijk in een ander tijdsgewricht ben geboren – een werk dat me meer aansprak en me belangrijker overkomt dan ‘Das Kapital‘ (Karl Marx) ooit (ttz. dit laatste wat betreft de strikt economische betekenis van het werk, zeker niet wat betreft de filosofische betekenis!).
Ook hier weer een voorbeeld van utopisch, strevend denken met een finaal positieve ingesteldheid: tegen de gangbare neoliberale tendens in, gelooft Piketty in de mogelijkheden van een – mits bijsturing – regulerend kapitalisme (o.a. een progressieve supra-internationale belasting op vermogen) om de desastreuze gevolgen van de 1ste wet van het kapitalisme te counteren (r > g : rendement op kapitaal is steeds groter dan de eventueel tgv economische groei vermeerderde inkomsten uit arbeid) waardoor de concentratie van kapitaal een steeds kleiner wordende groep verrijkt.
Misschien niet echt het schoolvoorbeeld van utopisch denken (want er wordt hier getracht een bestaand systeem van binnenuit aan te passen, aliënatie is dus veraf), maar wel aanpassingen die op zichzelf een utopisch karakter hebben.