Er zijn wel wat Steiners onder de schrijvers…
Niet allemaal kunnen ze me echter evenveel bekoren. Rudolf Steiner bijvoorbeeld (‘Filosofie van de vrijheid’ en nog 37 duizend andere publicaties over alle mogelijke onderwerpen), heeft me nooit geraakt, misschien dat ik hem nooit echt voldoende begreep, misschien dat Steiners antroposofie me allemaal wat te esoterisch overkomt, esoterie dat sowieso een pejoratieve bijklank heeft voor me.
Geef mij dan maar die andere Steiner, George Steiner. Via hem leerde ik dat het soms zinvoller is ‘over’ iets te lezen dan het ding zelf te lezen. Het is dikwijls in de gedachten en beschouwingen van anderen over de geschriften van de oorspronkelijke auteur, dat je de meeste informatie vind. Op zijn minst is het versterkend, en is er een wisselwerking die wordt opgeroepen waardoor het oorspronkelijke uiteindelijk een diepere betekenis krijgt. In zijn ‘Monografieën’ schrijft George Steiner op deze wijze over Heidegger. Eerst de Monografieën lezen, dan het echte werk van Heidegger proberen te vatten, en dan nog eens de Monografieën.
Auteur: geerthellebautblog
Campbell, Joseph
Het boek ‘The Power of Myth’, in het Nederlands ‘Mythen & Bewustzijn’, opgevat en neergeschreven als een gesprek tussen mytholoog Campbell en journalist Bill Moyers (niet voor niets wordt hier de Socratische ‘dialoog’ methode gebruikt om tot inzicht te komen). 25 jaar geleden één van de eye-openers voor mezelf. Over de betekenis, het belang, het verbindende van niet zomaar gewoonweg verhalen verteld over culturen heen. Ik heb het toen enkele keren gelezen, iets wat ik normaal nooit doe.
Lauwaert, Dirk
Elk artikel, elke zin, elk woord dat Dirk Lauwaert schreef, opende een venster op een andere wereld. Wat heb ik genoten van zijn artikels in de tijdschriften Knack en Kunst en Cultuur, ook zijn boek ‘Dromen van een expeditie’. Dirk Lauwaert was meer dan gewoonweg een begenadigd kunstcriticus, schrijver, journalist, docent. Enkele zinnen uit een artikel over film, mode, fotografie, schilderkunst of wat dan ook waren voldoende en gaven een inkijk in een wereld er-achter, het equivalente van een volledig boek. Wat een diepte, wat een veelheid aan inhoud oproepend. Chapeau. Een reus waar het op de schouder aangenaam toeven was.
Randall, Lisa
Een briljante theoretische natuurkundige verbonden aan Princeton, Harvard, MIT, die ook enkele meer populariserende werken over de stand van zaken in de natuurkunde heeft geschreven. ‘Warped Passages: Unraveling the Mysteries of the Universe’s Hidden Dimension’ , in het Nederlands ‘De verborgen dimensies van ons heelal’ gaf een – weliswaar op dat moment – duidelijke status van waar de natuurkunde staat met betrekking tot deeltjes fysica, quantum-mechanica. Het boek is zonder meer fascinerend maar gaf me ondanks dit, na lezing, een eerder wrang gevoel… Alsof we opnieuw in een patstelling zijn beland, hedendaagse natuurkundigen die – net als in begin van de 20ste eeuw -nog wat in de marge morrelen om de gangbare theorieën sluitender te maken, allerlei nieuwe concepten bedenken die verder bouwen op het bestaande (ik denk aan de zogenaamde ‘bramen’), maar waar geen grote nieuwe totaal ideeën zullen uit ontspruiten. Een nieuwe ‘Einstein’ die het even allemaal terug op zijn kop zet maar een doorbraak forceert, laat naar mijn gevoel duidelijk nog even op zich wachten. De nood aan een nieuwe paradigma shift die alles opnieuw in een ander daglicht stelt, is m.i. groot.
Hawking, Stephen
Ik vermeld Hawking doordat ik toch wel veel respect voor de man betoon. Doe het maar na, met alle beperkingen, uitgroeien tot één van de meest gewaardeerde wetenschappers van onze tijd met enkele baanbrekende theorieën achter je naam. Anderzijds moest ik jammer genoeg niet veel hebben van zijn meest gekende wetenschap populariserend boek ‘A Brief History of Time’. Na het gelezen te hebben eind jaren tachtig had ik er maar 1 woord voor: puberaal. Mijn excuses, misschien moet ik het na al die jaren eens opnieuw lezen. Het boek ‘The Nature of Space and Time’, een debat tussen Hawking en Roger Penrose, mocht dan weer wat meer populariserend zijn. Tja, zo is het natuurlijk nooit goed…
Heidegger, Martin
Als twintiger dweepte ik een beetje met de Duitse filosofen vanaf begin 20ste eeuw. De 20ste eeuw is gekenmerkt door ideeën van vooral Duitse filosofen. Ik denk hierbij aan onder andere Heidegger, Wittgenstein, ook aan alle filosofen van de Frankfurter Schule als Adorno, Benjamin, etc… ook de latere Habermas, Sloterdijk, Safranski, … Ik heb het steeds wat raar gevonden dat er op het zelfde moment in de geschiedenis in de verste verte geen gelijkaardige intellectuele stroming in de Angelsaksische wereld te bespeuren was. Helemaal merkwaardig wordt het dan ook nog dat net deze zo intellectuele omgeving in staat was tot één van de grootste uitwassen van de menselijke geschiedenis. En ook Heidegger zou hier volgens de geschiedschrijving wel wat boter op zijn hoofd hebben… Kan enkel betekenen dat uitersten steeds gepaard voorkomen: geen extreme hoogtes zonder minstens even extreme laagtes.
Sein und Zeit heb ik bij gebrek aan voldoende kennis Duitse taal uit noodzaak in de Nederlandse vertaling gelezen. Ik hou wel van het spelen met woorden, de constructies die er worden opgezet en die voorbij de zuivere betekenis van een woord een sfeer proberen te schetsen om iets onuitspreekbaar toch te proberen te benoemen. Ik ben dan ook steeds geïntegreerd geweest door de kracht van taal, de mogelijkheden die ze biedt buiten zijn eigen beperkingen om, het buiten zijn kader kunnen treden gewoon door het inventief omgaan met connoterende betekenissen.
Zajonc, Arthur
Arthur Zajonc is een voormalige professor natuurkunde. In zijn boek ‘Het licht zien’ behandelt hij het fenomeen ‘licht’ enerzijds wetenschappelijk (bv. zelden een duidelijkere uitleg over de regenboog gelezen), anderzijds maakt hij ermee de brug naar wat we ‘inzicht’ kunnen noemen. Veel wetenschapsfilosofie en geschiedenis dat steeds terug komt in dit soort boeken, maar toch de moeite om gelezen te worden. Telkens toch weer enkele nieuwe, voordien nog niet bewuste, ideeën die Zajonc opvoert.
Prigogine, Ilya
‘Orde uit chaos’, één van de boeken die me hebben gevormd (Prigogine schreef het boek samen met Isabelle Stengers). Wetenschappen (en ik bedoel hier bèta wetenschappen) krijgen voor mij pas hun zin als ze voorbij het puur mathematische en het door velen ermee geassocieerde deterministische, handelen. Orde uit chaos is een pleidooi voor dit opentrekken van de wetenschappen voorbij de grenzen waar de meesten het willen in opsluiten. Iets wat me dan ook steeds opviel, is dat je zelden de omgekeerde beweging ziet: bètawetenschappers kunnen wel tegelijkertijd filosoof of alfa- en gammawetenschapper zijn, maar het tegengestelde is uitzonderlijk. Exacte wetenschappers zijn m.i. dan ook – indien ze dit besef delen – completer in hun denken dan niet-exacte-wetenschappers…
Wittgenstein, Ludwig
Vele jaren terug ambitieus de uitdaging aangegaan en zijn ‘Tractatus logico-philosophicus’ ter hand genomen om het echter na een korte, maar vooral vruchteloze poging na lezing van de eerste pagina’s al snel – zoals waarschijnlijk zovelen anderen me al voor deden – weer weg te leggen…
Maar weer vele jaren later – beroepsmatig had ik ondertussen heel wat dimensionele modelleringen á la Ralph Kimball achter de rug – het opnieuw vastgenomen en wonder boven wonder – mits de nodige kennis basis logica die ik nog wel vanuit mijn opleiding beheerste – las het oh zo gedoemde werk plots als een trein. Het boek bleek niets anders dan een syllabus te zijn voor de informatica datawarehouse gewijze dimensionele modellerings techniek…
Om één en ander te duiden, zal ik over dit laatste nog wel eens een tekst (onder Beschouwingen) schrijven. Maar dit later.
Sloterdijk, Peter
Sloterdijk is voor mij dé filosoof van onze era. Net zoals we nu met ontzag over Immanuel Kant spreken (Kritik der reinen Vernunft, 1781), zal men – althans m.i. – binnen 200 jaar op de zelfde wijze over Peter Sloterdijk praten. En ook, net zoals we vandaag met weliswaar enige schroom maar met diepe eerbied Nietzsche als 1 van de grootsten bekijken, zal binnen pakweg 100 jaar op dezelfde wijze over deze nieuwe filosoof met de hamer worden gesproken. Sloterdijk schreef zijn belangrijke werk in navolging van Kant (Kritik der zynischen Vernunft, 1983) dan ook net 200 jaar nadat Kant het refererende werk publiceerde.
Sloterdijk lezen is een opgave, enkel mogelijk met volle aandacht, soms wel eens wat moeilijk. Maar ook hier, wat een rijkdom aan ideeën, w-a-t e-e-n r-ij-k-e t-a-a-l, dit zelfs bij zijn meeste werken in Nederlandse vertaling.
Werken die ik van hem heb gelezen – stuk voor stuk indrukwekkend – zijn in volgorde ik ze heb gelezen ‘Eurotaoïsme’, het reeds vermelde ‘Kritiek van de cynische rede’, ‘Mediatijd’, ‘Het kristalpaleis’, de ‘Sferen’ trilogie, ‘De verschrikkelijke kinderen van de nieuwe tijd’, en het misschien wel meest aansprekende ‘Je moet je leven veranderen’. Terzijde, zijn roman ‘Het Schelling project’ vind ik maar niets, hier en daar weliswaar een briljante zinssnede, maar wat mij betreft in zijn geheel een Sloterdijk onwaardig, en dus neen, geen opstap naar het ‘moeilijkere’ werk van Sloterdijk.
Even vermelding maken van volgende interessante link naar een korte bespreking van de ‘Kritiek’ die ik onlangs vond: peter-sloterdijks-kritiek-van-de-cynische-rede.doc (met dank aan Emilie Van Daele).