Bregman, Rutger

Wauw! Je moet het maar doen, als mid-twintiger een boek als ‘De geschiedenis van de vooruitgang‘ schrijven. Bregman is dan ook niet zo maar een optimist à la Hans Rosling die met veel statistiek wil aantonen dat het toch niet zo slecht met onze wereld is gesteld of á la Steven Pinker die een beetje in zuiver rationalistisch vooruitgangsdenken en ongebreideld geloof in de wetenschappen is blijven steken. Neen, Bregman is veel meer dan dat, noemt zichzelf wel eens een utopist, een possibilist, een neorealist… Ikzelf zou hem vooral een integralist noemen, integraal in de betekenis van – zonder ook maar iets van onze menselijke geschiedenis te vergeten of te verloochenen – net die stap verder zettende voorbij het louter mentaal, rationele.
Bregman lezen geeft me hoop: we weten, op wijsheid staat geen leeftijd, maar een jong iemand als Rutger Bregman die in staat is zulk een visie te ontwikkelen, kan m.i. enkel doordat ook hij is ingebed in een veel ruimere beweging van – weliswaar wat miskend – vooruitgangsstreven. Hij is zelf de verbeelding van net wat hij in zijn pleidooi tracht aan te tonen denk ik er dan bij.
De taal die Bregman in de De geschiedenis van de vooruitgang gebruikt is die van een twintiger, nooit hoogdravend, nooit bombastisch, geen gezwollen filosofisch gewauwel. Een ideale opstap naar geëngageerde filosofie voor niet alleen maar jongeren!

Plaats een reactie