Op dezelfde wijze wat de Monografieën van George Steiner voor me betekende, is er het leuke boekje van Frédéric Gros: ‘Wandelen, een filosofische gids’. Het is een boekje ook over ‘over’, in dit geval over grote filosofen uit de geschiedenis (Nietzsche, Rimbaud, Rousseau, Kant, …) voor wie ‘wandelen’ veel meer betekende dan zich van punt A naar punt B te begeven. Zelf ben ik ook wandelaar. Ik ga niet zover als de uitspraak van Nietzsche die beweerde dat elke gedachte niet ontstaan tijdens het wandelen geen recht op bestaan heeft, toch heeft ook voor mezelf de acte van het ‘wandelen’ op zich een betekenis voorbij het louter ’zich verplaatsen’. Een glimp van begrip hiervan, vond ik in dit zeer aangenaam te lezen boekje van Gros.
Andere te smaden wandelfilosofie lectuur vond ik bij Robert Macfarlane, onder andere in zijn ‘The Old Ways: A Journey on Foot’.