schaalinvariantie en contextinvariantie

We gaan er even vanuit dat er ‘principes’ bestaan, basisstellingen, ‘beginsels’ met een zekere grond van waarheid (een grondslag) die we kunnen gebruiken om afgeleide waarheden te bekomen (het begrip ‘principe’ schreeuwt hierbij natuurlijk zelf ook voor zijn verdere verduidelijking, maar dit later). Schaalinvariantie (en bij uitbreiding contextinvariantie) is één van die belangrijke principes die we kunnen onderkennen.

De herhaling van een patroon op verschillende schaal kennen we natuurlijk voornamelijk vanuit de fraktaal geometrie (Mandelbrot). Ook in de natuur zijn de voorbeelden van motief herhaling in objectvormen legio: denk aan de vorm van de rand van een loofblad dat je ook terug vindt in de vorm van het lover van de boom, denk aan de vorm van de kustlijn op een landkaart die je ook terug vindt wanneer je met je voeten in het water van die kustlijn staat, de boom zelf die het zelfde patroon vertoont als elk van zijn takken, de takken die op hun beurt ook weer vertakken op kleinere schaal, … Het schaalinvariantie principe is door dit alles vooral goed gekend in de wiskunde (Mandelbrot), de natuurkunde (bv. fractal cosmology), de statistiek (o.a. fractal analysis als MapReduce etc.) de geneeskunde (denk aan de opbouw van onze longen), de biologie (zie het boom voorbeeld hierboven), etc… De verschillende exacte wetenschappen hebben de notie en de toepasbaarheid van de fraktaal geometrie in zich omsloten.

Ook op tal van andere domeinen vindt het principe echter zijn toepassing.
Schaalinvariante patronen zijn dan niet enkel geometrisch van aard maar kunnen op uiteenlopende begrippen duiden als gedrag, moraliteit, economische wetmatigheid, bewustzijn, het leven zelf, …
Ook hier weer zijn er voorbeelden te over:

  • De transities in het proces van identiteitsvorming die niet enkel teruggevonden worden in de ontwikkeling van een individueel persoon, maar ook bijvoorbeeld in de maatschappij waar deze persoon deel van uitmaakt.
  • Maatschappelijke breuklijnen die we als bron voor differentiaties in maatschappelijke keuzes aanzien maar die eveneens terug te vinden zijn in het individuele en dus niet enkel inter-persoonlijk maar ook intra-persoonlijk van aard zijn: een persoon is hierbij nooit een eenduidige entiteit en weerspiegelt steeds zelf ook de tegenstrijdige stellingen die op grotere maatschappelijke schaal gevonden kunnen worden.
  • De op voortschrijdend inzicht gebaseerde leer- of groeicurve in het bewustzijn van een individu dat op een zelfde wijze kan teruggevonden worden in het ontwikkelende bewustzijn van een gemeenschap.

Terwijl schaalinvariantie een begrip is dat van toepassing is in een zelfde domein, in een zelfde context, en dus in se een principe met een verticale dimensie is, kan het principe eveneens over contexten heen, in de breedte of dus horizontaal toegepast worden: we spreken dan over contextinvariantie. Ook hier enkele voorbeelden:

  • de golven van de zee gekenmerkt door een voortdurende op en neer deinen, ook bijvoorbeeld waarneembaar in een economische context (Kondratiev waves).
  • de cyclus van geboorte – leven – sterven, niet enkel kenmerkend voor elk levend wezen, maar ook voor de gemeenschap waartoe het wezen behoort, de cultuur waartoe het hoort, de plek waar het zijn cyclus ondergaat, in het extreme het universum waartoe het hoort.
  • de dragers van biologische evolutie (genen) gekenmerkt door o.a. hun mogelijkheid tot mutaties en uitdrukking gevend aan een specifiek geno- en fenotype, sterk vergelijkbaar met de dragers van culturele evolutie (memen) die zich manifesteren in o.a. sociale netwerken elk met hun specifiek ‘memotype‘…
  • die ene uit de miljoenen koplopende zaadcel die er uiteindelijk in slaagt te bevruchten en aanleiding is tot een nieuw organisme, analoog met die ene individuele mens uit de miljarden die door zijn uitzonderlijke  levenswijze (denk aan de historische Boeddha, de historische Jezus en Profeet, Lao Tse, …) gelijkaardig de mensheid bevrucht en aanleiding geeft tot een nieuwe, wereldomvattende cultus. En die cultus die hierbij – net als het verwezen individueel levend organisme – uiteindelijk  zelf ook onderhevig is aan zijn eigen levenscyclus.

Naast ‘ruimtelijke’ invarianties (in diepte en breedte zoals we reeds aanhaalden, maar ook in expansie), is het principe eveneens van toepassing met betrekking tot tijd (tijdinvariantie). Bedoeld wordt hier niet invariantie met betrekking tot de verplaatsbaarheid in tijd (dit zou louter het gevolg zijn van het eventueel ontbreken van een tijd variabele in de fenomeen beschrijvende functie), maar eerder – vergelijkbaar met de ruimtelijke invarianties – met een verticaliteit die duidt op het herhalen van patronen over de grootte van tijdsintervallen heen: vormen herkenbaar in kleine tijdsintervallen (seconden, uren), die zich herhalen over grotere intervallen (eeuwen tot miljoenen jaren). Denk aan de jaarlijkse afwisseling van seizoenen dat een zelfde patroon vertoont in de afwisseling van glacialen en interglacialen.
Tijdinvariantie in combinatie met de ruimtelijke invarianties (schaal- en contextinvariantie) geeft op zijn minst de indruk van een sterk invariante wereld. We komen op het terrein van de symmetrieën, ‘supersymmetrie’, de behoudswetten, … maar hierover later meer.

Een belangrijke opmerking bij dit alles te maken, is het gegeven dat de vermelde schaal- en contextinvariantie los staat van het al dan niet lineaire karakter van het beschouwde systeem. Ook bij niet-lineaire systemen kunnen dikwijls gelijkvormigheidspatronen gevonden worden, ondanks dus een niet-lineaire multiplicator.

Gebruik
Het schaal/context invariantie principe is een ‘relativerend’ beginsel in de betekenis dat het door het gewijzigde perspectief en door de gewijzigde context of grootte extra inzicht geeft in fenomenen. Door het – eventueel enigszins geforceerd – aan te wenden en steeds opnieuw ongecompliceerd de vraag te stellen welke schaal- of contextinvarianties er in te onderzoeken fenomenen spelen, en – sterker – zich af te vragen of er überhaupt wel door invariantie te verwachten patronen in beschouwing worden genomen, komt men dikwijls tot inzichten die zonder bewust om te gaan met dit principe nooit aan de oppervlakte zouden komen.

Piketty, Thomas

Ik heb me – en ik denk dat ik niet de enige ben – met het nodige doorzettingsvermogen door zijn dikwijls met veel statistieken en cijfers gelardeerd werk  ‘Capital in the Twenty-First Century‘ moeten worstelen… maar deed dit wel in het volle besef dat ik één van de belangrijkste (economische) werken van dit era aan ’t lezen was. Voor mijzelf een werk dat me meer aansprak en belangrijker overkomt (althans economisch) dan dat andere grote werk over het zelfde onderwerp:  ‘Das Kapital‘ (Karl Marx), dit natuurlijk ook doordat we nu in een ander tijdsgewricht leven (betreffende de filosofische betekenis lijkt me Das Kapital natuurlijk wel voornamer).
Ook hier weer een voorbeeld van utopisch, strevend denken en dit vanuit een optimistische ingesteldheid met een geloof in een positieve finaliteit: tegen de gangbare neoliberale tendens in gelooft Piketty in de mogelijkheden van een – mits de nodige bijsturing – regulerend kapitalisme (o.a. een progressieve supra-internationale belasting op vermogen) om de desastreuze gevolgen van de 1ste wet van het kapitalisme te counteren (herinner r > g:  het rendement op kapitaal is steeds groter dan de eventueel ten gevolge van economische groei vermeerderde inkomsten uit arbeid waardoor de toenemende concentratie van kapitaal een steeds kleiner wordende groep verrijkt).
Misschien niet echt het schoolvoorbeeld van utopisch denken (want er wordt hier getracht een bestaand systeem van binnenuit aan te passen, de noodzakelijke aliënatie om een utopie te dromen is dus veraf), maar er worden wel noodzakelijke aanpassingen vernoemd die op zichzelf toch wel een redelijk utopisch karakter hebben…

More, Thomas

Utopia‘, ondertussen reeds meer dan 500 jaar geleden geschreven! En als Antwerpenaar zijnde, toch wel wat fier dat de begin passage uit het boek – de reiziger die hem over het merkwaardige Utopia vertelt – zich afspeelt in de schaduw van onze prachtige Onze-Lieve-Vrouwekathedraal…
Of het nu vandaag is (oa. anti-globalistische beweging) of 500 jaar geleden (Thomas More) of nog veel langer (Plato’s Politeia), dromen van een andere en vooral betere wereld is van alle tijden. Uiteindelijk toch ook weer een teken dat de mens – in uitbreiding de werkelijkheid – onderhevig is aan een ingebouwd ‘streven’ en een ingebouwde reflex heeft tot ‘verbetering’. Dat de pogingen tot verwezenlijkingen van utopieën uiteindelijk dikwijls uitmonden in dystopieën (zie ook de literaire varianten hiervan van Orwell, ‘1984‘ en Huxley, ‘Brave new World’) en de gekende historische failures, doet hier nauwelijks ter zake. Essentieel blijft het dromende denken in termen van het plaatsloze (utopie) of moeten we zeggen de betere plaats (eu-topie) en het tijdsloze (uchronie) of ook hier de droom naar een betere tijd (eu-chronie): het oorsprongsdenken aan de basis van elk integraal bewustzijnsvervollediging (u -of ook hier misschien beter eu-consiousness).

Capra, Fritjof

The Tao of Physics’ heb ik lang geleden kapot gelezen. Weliswaar ‘not done’ voor elke zichzelf respecterende analytische wetenschapper, maar oh zo grenzen verleggend en synthetiserend. Soms denk ik wel eens dat het als student natuurkunde aan te raden is eerst dit soort werken te lezen (en o.a. ook Gary Zukav’s ‘The Dancing Wu Li Masters’) omwille van de treffende verwoordingen van de eerder abstracte fysische begrippen in begrijpelijke taal om zich vervolgens in het ‘echte’ fysisch, mathematische te laten onderdompelen. Komt enkel maar ten goede aan een vorm van begrip die anders dikwijls wat achterwege zou blijven en van waaruit vervolgens dan weer grotere stappen vooruit in het abstracte kunnen gemaakt worden. De link naar de oosterse filosofieën in dit type boeken was natuurlijk wat in de tijdsgeest van de jaren ’70, maar – wat mijzelf betreft – er is niets mis mee om verbanden te zien en dit soort associaties te leggen: hoe breder het perspectief, hoe vruchtbaarder ook het particuliere.

Lyotard, Jean-Francois

Als kind opgroeiend in de ‘modernistische’ jaren ’60 en ‘70’ met hun kenmerkend optimistisch vooruitgangsdenken en ‘the sky is the limit’ attitude (herinner, in het jaar 2000 gingen we ons allemaal met vliegende auto’s verplaatsen…), wat ben ik er toen toch ook zó in meegegaan. Maar de wereld verbrokkelde stilaan (t.t.z. al van lang ervoor maar voor mijn generatie het duidelijkst merkbaar vanaf de jaren ’80), werd zo veel complexer dat de eventuele samenhang niet meer te vatten was door het individu en greep enkel nog bekomen kon worden via het proces van deconstructie (Derrida): de toestand van postmodernisme zo beknopt maar treffend beschreven in ‘Het postmoderne weten’ van Lyotard. Wat was dit hèt middel om al wie was blijven steken in dat jaren ‘70 optimisme met een lichte cynische hoon op zijn plaats te wijzen…

Bohm, David

De ideeën en boeken van David Bohm hebben me steeds sterk aangetrokken. Ik moet ze dringend eens herlezen want voor o.a. ‘Science, Order & Creativity’ is dit ondertussen reeds enkele decennia geleden. Opnieuw een fysicus (er staan er nog wel wat in dit bronnen lijstje) die vanuit zijn theoretische achtergrond de brug slaat naar waar de meeste wetenschappers geen brug wensen te maken en waardoor deze auteurs door meer orthodoxe wetenschappers wat scheef bekeken worden. Dikwijls net de reden om hen beter te volgen, ook natuurlijk omdat zulke personen meestal meer te vertellen hebben dan hun – mijn excuses voor de platitude – eerder rechtoe-rectaan vakidiote collega’s. Vooral Bohms ’Wholeness and the Implicate Order’ staat op mijn (her)leeslijstje.

Gros, Frédéric

Op dezelfde wijze wat de Monografieën van George Steiner voor me betekende, is er het leuke boekje van Frédéric Gros: ‘Wandelen, een filosofische gids’. Het is een boekje ook over ‘over’, in dit geval over grote filosofen uit de geschiedenis (Nietzsche, Rimbaud, Rousseau, Kant, …) voor wie ‘wandelen’ veel meer betekende dan zich van punt A naar punt B te begeven. Zelf ben ik ook wandelaar. Ik ga niet zover als de uitspraak van Nietzsche die beweerde dat elke gedachte niet ontstaan tijdens het wandelen geen recht op bestaan heeft, toch heeft ook voor mezelf de acte van het ‘wandelen’ op zich een betekenis voorbij het louter ’zich verplaatsen’. Een glimp van begrip hiervan, vond ik in dit zeer aangenaam te lezen boekje van Gros.
Andere te smaden wandelfilosofie lectuur vond ik bij Robert Macfarlane, onder andere in zijn ‘The Old Ways: A Journey on Foot’.

Steiner, George

Er zijn wel wat Steiners onder de schrijvers…
Niet allemaal kunnen ze me echter evenveel bekoren. Rudolf Steiner bijvoorbeeld (‘Filosofie van de vrijheid’ en nog 37 duizend andere publicaties over alle mogelijke onderwerpen), heeft me nooit geraakt, misschien dat ik hem nooit echt voldoende begreep, misschien dat Steiners antroposofie me allemaal wat te esoterisch overkomt, esoterie dat sowieso een pejoratieve bijklank heeft voor me.
Geef mij dan maar die andere Steiner, George Steiner. Via hem leerde ik dat het soms zinvoller is ‘over’ iets te lezen dan het ding zelf te lezen. Het is dikwijls in de gedachten en beschouwingen van anderen over de geschriften van de oorspronkelijke auteur, dat je de meeste informatie vind. Op zijn minst is het versterkend, en is er een wisselwerking die wordt opgeroepen waardoor het oorspronkelijke uiteindelijk een diepere betekenis krijgt. In zijn ‘Monografieën’ schrijft George Steiner op deze wijze over Heidegger. Eerst de Monografieën lezen, dan het echte werk van Heidegger proberen te vatten, en dan nog eens de Monografieën.

Campbell, Joseph

Het boek ‘The Power of Myth’, in het Nederlands ‘Mythen & Bewustzijn’, opgevat en neergeschreven als een gesprek tussen mytholoog Campbell en journalist Bill Moyers (niet voor niets wordt hier de Socratische ‘dialoog’ methode gebruikt om tot inzicht te komen). 25 jaar geleden één van de eye-openers voor mezelf. Over de betekenis, het belang, het verbindende van niet zomaar gewoonweg verhalen verteld over culturen heen. Ik heb het toen enkele keren gelezen, iets wat ik normaal nooit doe.

Lauwaert, Dirk

Elk artikel, elke zin, elk woord dat Dirk Lauwaert schreef, opende een venster op een andere wereld. Wat heb ik genoten van zijn artikels in  de tijdschriften Knack en Kunst en Cultuur, ook zijn boek ‘Dromen van een expeditie’. Dirk Lauwaert was meer dan gewoonweg een begenadigd kunstcriticus, schrijver, journalist, docent. Enkele zinnen uit een artikel over film, mode, fotografie, schilderkunst of wat dan ook waren voldoende en gaven een inkijk in een wereld er-achter, het equivalente van een volledig boek. Wat een diepte, wat een veelheid aan inhoud oproepend. Chapeau. Een reus waar het op de schouder aangenaam toeven was.