Ironie, sarcasme en cynisme zijn vormen van humor die vertrekken uit ‘omkeringen’ van de waarheid. In hun zuivere vorm kunnen ze onderscheiden worden op basis van de mate van betrokkenheid van de verschillende bij de uitspraak deelnemende personen:
- ironie: geen personen betrokken
- sarcasme: enkel de ander(e) perso(o)n(en) betrokken
- cynisme: naast de andere(n), is ook het zelf (de persoon die de uitspraak doet) betrokken
Voorbeeld uitspraak ironie:
‘Wat een mooi weer vandaag!’ (terwijl het net aan ’t regenen is)
Ironie is afstandelijk, er zijn geen personen betrokken, de uitspraak zegt niets over jezelf of over een ander, is niet-kwetsend noch voor een ander, noch over jezelf, maar zegt louter iets over een situatie via een omkering of overdrijving.
Voorbeeld uitspraak sarcasme:
‘Dat heb je weer goed gedaan!’ (terwijl het net niet goed gedaan is…)
Sarcasme betrekt een ander persoon (of personen) en de uitspraak kan kwetsend zijn voor deze andere(n). De persoon die de uitspraak doet blijft echter buiten beeld.
Voorbeeld uitspraak cynisme:
‘Studeer maar flink, het levert je later zeker een plaats vooraan in de rij werklozen op!’
Cynisme is niet alleen kwetsend voor de ander maar is een uitspraak die tegelijkertijd iets zegt over wie de uitspraak doet, over zijn wereldbeeld en vooral de verbittering die hij uitspreekt. Beide partijen zijn dus betrokken in de uitspraak. Cynisme is hierbij de uiting van een negatieve houding tov de werkelijkheid, en zowel het zelf als de andere maakt hier deel van uit.