strategie – tactiek – operationeel

Voornamelijk de woorden tactiek en strategie worden weleens uitwisselbaar door elkaar gebruikt. Onderscheid kan m.i. gemaakt worden door gebruik te maken van de juiste ‘vraagwoorden’.
Om volledig(er) te zijn, naast de begrippen strategie, tactiek en operationeel hebben ook de begrippen missie en visie hun kenmerkend vraagwoord.

Missie
Dat wat beantwoord wordt op de vraag met het vraagwoord ‘waarom’.
Waarom gaan we iets doen?
Het antwoord op de missie vraag vertrekt uit een bestaande toestand en dus uit het verleden.

Visie
Dat wat beantwoord wordt op de vraag met het vraagwoord ‘waarvoor’.
Waarvoor gaan we?
Het antwoord op de visie vraag is toekomstgericht.

Strategie
Dat wat beantwoord wordt op de vraag met het vraagwoord ‘wat’.
Wat gaan we doen?

Tactiek
In het antwoord op de strategische vraag, dat wat beantwoord wordt in de vraag met het vraagwoord ‘hoe’.
Hoe gaan we dit doen?

Operationeel
In het antwoord op de tactische vraag, dat wat beantwoord wordt in de vragen met de andere vraagwoorden.
Wie gaan het doen?
Wanneer gaan we het doen?
Waar en waarmee gaan we het doen?

godsdienst – religie

Godsdienst en religie worden in de dagelijkse taal dikwijls uitwisselbaar gebruikt. In essentie zijn het echter 2 verschillende begrippen.  Godsdienst duidt – what’s in a name – op de dienst-aan-god, ttz. het beantwoorden aan het geheel van regels en geboden voorgeschreven door een specifieke leer. Religie daarentegen is oorspronkelijker, ligt aan de basis van een eventuele godsdienst en duidt op het verbondene.
Onder Beschouwingen vind je een uitgebreide tekst rond deze begrippen.

ironie – sarcasme – cynisme

Ironie, sarcasme en cynisme zijn vormen van humor die vertrekken uit ‘omkeringen’ van de waarheid. In hun zuivere vorm kunnen ze onderscheiden worden op basis van de mate van betrokkenheid van de verschillende bij de uitspraak deelnemende personen:

  • ironie: geen personen betrokken
  • sarcasme: enkel de ander(e) perso(o)n(en) betrokken
  • cynisme: naast de andere(n), is ook het zelf (de persoon die de uitspraak doet) betrokken

Voorbeeld uitspraak ironie:
Wat een mooi weer vandaag!’ (terwijl het net aan ’t regenen is)
Ironie is afstandelijk, er zijn geen personen betrokken, de uitspraak zegt niets over jezelf of over een ander, is niet-kwetsend noch voor een ander, noch over jezelf, maar zegt louter iets over een situatie via een omkering of overdrijving.

Voorbeeld uitspraak sarcasme:
Dat heb je weer goed gedaan!’ (terwijl het net niet goed gedaan is…)
Sarcasme betrekt een ander persoon (of personen) en de uitspraak kan kwetsend zijn voor deze andere(n). De persoon die de uitspraak doet blijft echter buiten beeld.

Voorbeeld uitspraak cynisme:
Studeer maar flink, het levert je later zeker een plaats vooraan in de rij werklozen op!
Cynisme is niet alleen kwetsend voor de ander maar is een uitspraak die tegelijkertijd iets zegt over wie de uitspraak doet, over zijn wereldbeeld en vooral de verbittering die hij uitspreekt. Beide partijen zijn dus betrokken in de uitspraak. Cynisme is hierbij de uiting van een negatieve houding tov de werkelijkheid, en zowel het zelf als de andere maakt hier deel van uit.