links – rechts

De begrippen links en rechts worden te pas en te onpas gebruikt, dikwijls zonder veel nuance en met enig doel een polariserend effect te hebben, tegenstellingen verkopen namelijk goed. Duiding bij wat juist bedoeld wordt, blijft meestal achterwege en ieder vult voor zichzelf dan maar de betekenis in. Een sluitende definitie opstellen van de begrippen links – rechts is waarschijnlijk onmogelijk – trouwens deels afhankelijk van context – maar verduidelijken wat juist bedoeld wordt, is dikwijls toch aangewezen.
Doordat ook ik ze wel eens gebruik in mijn teksten onder Beschouwingen geef ik hier mijn interpretatie en dit aan de hand van het begrip ‘identiteit’ en de wij-zij tegenstelling.
Mijn verdere uitdieping van het begrip identiteit vind je onder Beschouwingen.

links
In de wij-zij tegenstelling staat het samen centraal.
Het ‘samen’ is hierbij een verbond van de eigen identiteit (het ‘ik’ en zijn veralgemeende ‘wij’) en dat wat niet tot deze identiteit hoort (het ‘zij’).  Het wij en het zij worden weliswaar erkend als afzonderlijke entiteiten met uitgesproken kenmerken en eventuele tegenstellingen, maar deze geven op zich geen directe aanleiding tot conflict.
Links is hierdoor inclusief (‘open’) en poneert dat maatschappelijke problemen gezamenlijk (samen) opgelost dienen te worden. De tegenstelling ‘wij – zij’ wordt niet louter als contraproductief aanzien maar genereert nieuwe mogelijkheden: openheid creëert in deze visie kansen voor dialoog en wederzijdse bevruchting.
Doordat er uiteindelijk dient samengeleefd te worden met het ‘zij’, worden ook de buiten het ‘ik/wij’ te categoriseren anderen betrokken in de zoektocht naar oplossingen. In dit proces wordt het ‘ik/wij’ en het ‘zij’ als gelijkwaardig beschouwd en worden er oplossingen gezocht voor het ‘samen’.

rechts
In de wij-zij tegenstelling neemt het wij de primaire plaats in en wordt wat niet tot de eigen identiteit hoort, niet als gelijkwaardig beschouwd met het eigen ‘ik’ of veralgemeende ‘wij’.
Rechts is hierdoor exclusief (‘gesloten’), maatschappelijke oplossingen worden gezocht voornamelijk ten gunste van dat wat beantwoord aan de eigen identiteit, en eventueel – indien noodzakelijk – ten koste van het ‘zij’. De tegenstelling wij-zij is niet enkel een vaststelling van verschil, maar wordt op zich aanzien als bron en producent van problemen. Oplossingen voor de problemen die uit deze tegenstelling vloeien worden gezocht exclusief vanuit het ‘ik/wij’ en dit zonder dialoog met of inspraak van het ‘zij’. Het uitdiepen van de tegenstelling wordt als remedie aanzien daar deze uiteindelijk tot de onontkoombare en gewenste scheiding moet leiden.

afgeleide kenmerken
De meeste andere toegedachte links – rechts kenmerken zijn van bovenstaande afleidbaar.
Het niet aan de eigen identiteit conformerende dat afkeer oproept en de angst voor het vreemde (xenofobie) dat hier een gevolg van is, is dan ook eerder een rechts kenmerk. Actieve vertalingen hiervan als vreemdelingenhaat, racisme, suprematie, discriminatie zijn dit dus eveneens.
Het opkomen voor uitgeslotenen, voor de rechten van minderheden, emancipatie, zijn vanuit het ‘samen’ inclusieve en dus eerder linkse eigenschappen.
Rechts vertrekt uit het individu, het ‘ik’ of zijn veralgemening (het ‘wij’) zijn de primair belanghebbenden. Het eigene, ook het eigen bezit, staat hierbij voorop. Individualisme en egoïsme zijn dus voornamelijk rechtse kenmerken.
Door de focus op het ‘samen’ en het inclusieve, zijn sociaal gedrag en solidariteit eerder linkse kenmerken.
Door de focus op het ‘eigene’,  het gekende en hierdoor meer stabiele en onveranderlijke, is conservatisme een eerder rechtse aangelegenheid.
Door de positieve ingesteldheid tegenover de mogelijkheden van vermenging en het herkennen van het vruchtbare en de vooruitgang dat hieruit kan ontstaan, is het progressieve dan weer eerder links. Door zijn geloof in het maakbare is het modernisme dus ook eerder links.
Rechts buigt terug op zichzelf, wenst de controle zelf te behouden en staat voor verregaande autonomie van elke identiteit op zich. Inmenging wordt aanzien als een bedreiging waardoor rechts staat voor meer fragmentatie. Het postmodernisme is dan ook rechts bij uitstek.
Sociale media werken een vorm van cocooning in de hand: bubble vorming die er voor zorgt dat enkel nieuws en uitwisseling bestaat tussen gelijkgezinden. Sociale media en hun algoritmes om dit te bewerkstelligen werken dus sterk fragmenterend. De Google’s, Facebook’n en andere zijn dus ondanks het progressieve, verbindende imago dat ze wensen voor te wenden, eerder rechts van aard.
Rechts is analytisch, in de dialectische triade positioneert rechts zich voornamelijk op de dyade these – antithese door de tegenstelling verder uit te diepen, links daarentegen is synthetiserend door de triade in zijn volheid te beschouwen.
Rechts staat voor onafhankelijkheid – independentie – en houdt hierdoor vast aan de (vervlogen) grootsheid van onafhankelijke staten en volkeren. Links dat zich meer op interdependentie beroept, is hierdoor beter voorbereid – althans in theorie en in de hoofden – op de wijzigende klassieke mondiale verhoudingen waarbij bijvoorbeeld buitengrenzen steeds meer vervagen.
Links is dus eerder verbindend en ziet een meerwaarde in het collectieve, maar hoe fout ook dit kan lopen, leert ons de geschiedenis …

tegenstelling en interne tegenstelling
De denk- en wereldbeelden van links en rechts staan haaks op elkaar en zijn dan ook moeilijk verzoenbaar. Links verwijt rechts een diepgaande vorm van egocentrisme en zelfs egoïsme door zijn primaire focus op het wij, rechts verdedigt zich op de xenofobe verwijten door zelf ook in de aanval te gaan en links dan weer oikofoob te noemen (zie o.a. Thierry Baudet), dit door middel van een simplificatie waarbij de hierboven vermelde dialectische triade herleid wordt tot niet meer dan de één-dimensionale these – antithese tegenstelling. Rechts probeert vervolgens aanhang te winnen door de uitgepuurde tegenstelling tussen het ‘wij’ en het ‘zij’ nog extra te accentueren en de tegenstelling zelf als oorzaak voor alle problemen aan te duiden. Links verwijt rechts deze misplaatste en self-fulfilling polarisatie.
Beide partijen gebruiken alle mogelijkheden om hun gelijk te halen. Het ‘samen’ van links is hierbij blijkbaar dan toch weer wel exclusief het andere ‘rechts’… de wit-zwart tegenstelling lijkt uiteindelijk toch niet zo duidelijk, terughoudendheid lijkt aan de orde.
Een twijfel die ook merkbaar wordt in de individuen zelf: een persoon is daarom niet ‘links-of-rechts’ maar steeds een iets ‘tussenin’: een grijs ‘links-en-rechts’. De zichzelf links toedenkende bourgeois-bohème die als het op het eigene aankomt een toch wel redelijk overheersend rechts handelen tentoonspreidt. De tussen pot en pint xenofobe toograkker met zo typerende rechtse grootspraak die het toch wel best goed kan vinden met zijn buurman van vreemde origine. Of denk aan befaamdere personen als Adam Smith en zijn tegenovergestelde uitgangspunten: redelijk rechts in zijn magnum opus Wealth of Nations, maar eerder links in zijn Theory of Moral Sentiments. Voorbeelden in overvloed te vinden.
Links en rechts zijn dus niet enkel als tegenstelling te duiden, maar eerder als een spectrum waardoor dikwijls een persoonlijke keuze in functie van de context.