Over hoe het populisme te counteren?
Over de nood aan een nieuw opium en het progressieve populisme.
De onderliggende mechanismen, het profiel van de populist en de door de populist gebruikte trukken werden reeds op een andere plaats toegelicht (zie de tekst populisme (1) – de populist). Ook voor het profiel van het aan populisme onderworpen individu verwijs ik graag naar de tekst populisme (2) – de gewilligen. Duidelijk is alvast dat de in deze teksten vermelde voedingsbodems dienen weg genomen te worden om de populist zijn legitimatie te ontnemen.
Mooi zou zijn – maar dit blijft jammergenoeg een droombeeld – dat elke individuele mens bij machte is de vallen door de populist uitgezet te onderkennen en zich zodoende niet als gewillig vee voor zijn kar te laten spannen. Op zoek naar het achterliggende waarom kwamen we uiteindelijk uit bij wat de centrale stelling van de tekst Bewustzijnsdifferentiatie was: misschien moeten we wel aanvaarden dat dé mens als éénduidig evolutionair gedefinieerd wezen niet bestaat. Misschien zijn er inderdaad meerdere snelheden in de evolutie van het menselijke bewustzijn wat zich uit in de vermelde differentiatie. Zou het dan ook misschien kunnen dat hierdoor de ene mens al gevoeliger is voor populisme dan de andere zoals in de tekst populisme (2) – de gewilligen werd geopperd? En nog, zou een begrip als cq dat een uitdrukking tracht te geven aan potentieel van bewustzijnscapaciteit hierbij één en ander in het juiste perspectief kunnen stellen?
De grote uitdaging van het hedendaags samenleven lijkt dan ook hierin gelegen: de problemen als gevolg van diversiteit rond uiterlijkheden in de brede zin – van oudsher de geprefereerde generator van conflict – verdwijnen in het niets vergeleken met de omgang met de gevolgen van de vermelde innerlijke diversiteit.
Maar tegen- en achterstellingen zijn er, dit kan onmogelijk ontkend worden. De schreeuw om meer rechtvaardigheid dus eveneens, en dit onafhankelijk van de positionering van het individu in het vermelde bewustzijnsspectrum. Het algemene gevoel van elk individu een looser te zijn, nog extra versterkt door de good news waan van de sociale media, overheerst dan ook het publieke debat. Wat vermag de enkeling met zijn postmodernistische twijfel, zonder nog deelachtig te zijn aan een eigen verhaal, tegen dat grote verhaalloze. Het vermoeden van onderworpenheid aan greeploze machinaties is alles bepalend en zodoende tracht de al dan niet zelfverklaarde verliezer kost wat kost het heft terug in eigen handen te nemen, ook al druist dit in tegen het eigen moreel aanvoelen. Ondertussen geeft de populist antwoorden: “ik los het wel voor je op, ik zal het veranderen!”, hierbij de uitingen van dit diepe ongenoegen recyclerend. En zelfs al weet het individu dat vele van deze antwoorden ontoereikend zijn, het zijn tenminste antwoorden, ze bieden een vluchtweg. De akte van de beloofde verandering is op zich uiteindelijk belangrijker dan de inhoud van de vooropgestelde oplossingen. Het zijn dan ook slechts de enkelingen die voldoende reflectie behouden om hier nog de nodige weerstand tegen te ontwikkelen.
De oplossing tot pareren van populisme moeten we daarom zoeken in de kentering van dit onderliggende gevoel van hulpeloosheid en onvrede: het initiëren van een vernieuwd vermoeden van individuele voldoening, een opnieuw er-bij-horen, maar dit keer dan in het vermeende kamp van de overwinnaars met de hieruit voortvloeiende inert makende gelukzaligheid… Wat is echter het nieuwe opium om dit te bewerkstelligen, hoe het op zich onredelijk gedrag van de zogenaamde blinde massa ombuigen in opnieuw een positief wervend verhaal? Nu alle kaders, de houvasten die alles en allen hun unieke plaats gaven stilaan zijn verdwenen, hoe ieder terug een positie geven? Want – zoals we reeds lang weten – eender welke plaats is beter dan geen plaats. Maar mag het met oog op onze zoektocht naar oplossingen, dan toch liever een plaats in een constructief kader zijn?
Globale maatschappelijke acties zullen dan ook genomen moeten worden om de oorzaken van de misnoegdheid weg te nemen: achterstelling dient vermeden te worden door gelijkwaardigheid na te streven, het wij-zij discours dient doorbroken te worden door een maatschappelijk inclusief verhaal voorop te stellen. Breuklijnen zullen er weliswaar steeds zijn maar zouden geen aanleiding mogen geven tot vormen van discriminatie. Het klimaat waar post-fact waarheden en alternatieve waarheid – zeg maar ronduit leugens – kunnen gedijen dient vervangen te worden door een gezamenlijk moreel besef en een gezamenlijke verontwaardiging over dezelfde dingen. De vereenzelviging met een identiteit – de wervende kracht van het populisme – zou moeten dienen om het nodige zelfvertrouwen te ontwikkelen en niet als uitgangspunt van ongelijkwaardigheid. Inhoud moet opnieuw primeren boven emotie appellerende vorm. De weg vooruit moet duidelijk gemaakt worden, korte termijn doelen dienen tegen het licht van de lange termijn doelstellingen gehouden te worden, de middelen hiertoe blijven middelen en worden niet zelf het doel, …
Voor dit alles zou dan vertrokken moeten worden vanuit een gemeenschappelijk maatschappelijk politiek project: globalisatie maar dan nu ook voor het politieke beleid (zie ook Sedlacek). Duidelijk wordt dat de rol van politici hierbij niet overschat kan worden. Het van elkaar afsnoepen van electoraat op basis van standpunten in de marge die amper een verschil maken, dient resoluut vervangen te worden door een gezamenlijk programma, over de grenzen van partijen heen, over de grenzen van naties heen. Echte leiders die niet inspelen op gevoelens van angst voor eigen gewin maar katalysator zijn om ieder zelf verantwoordelijkheid te laten nemen. Zonder dit besef en zonder de hiervoor noodzakelijke stappen zal de zichzelf versterkende cirkel van ongenoegen anders nooit doorbroken worden, zal de polarisatie steeds een voedingsbodem blijven waar nog meer polariserende populisten hun narcistische bevrediging uit zullen halen, culminerend in spanningen die uiteindelijk steeds tot een explosie zullen leiden.
En waarom hierbij niet het te bestrijden kwaad aanvallen met de eigen wapens, waarom niet een counterend progressief populisme (zie ook Zizek) ontwikkelen. In een context waar conditionering en verdoving de enige manieren lijken te zijn om de massa te mobiliseren in een richting, extreem bespeeld door de populist, is een positief (met betrekking tot de doelen) aangewend populisme dan inderdaad niet de enige aangewezen tactiek?
Daarom, progressieve populisten verenig u!
Maar wendt de methode aan om een inclusieve, gelijkwaardige, op zelfvertrouwen gebaseerde, constructieve samenleving op te bouwen. Buig het op negativiteit gebaseerd verbindende om naar een op positiviteit gebaseerde verbondenheid, en doe dit in de wetenschap dat – zodra het wervend is, zodra de individuen een identificatie ondergaan – de mobilisatie mogelijk is, maar ditmaal dan voor wél na te streven doelen.